|
MILIEUZIEKTEN Stop Poisons Santé (december 2005)
Reeds lang weet men dat ziekten niet enkel veroorzaakt worden door micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels, parasieten) maar ook door ziekteverwekkende chemische of natuurkundige stoffen. Zo kan blootstelling aan dioxine chlooracne veroorzaken. Lood kan dan weer aan de basis liggen van chronische loodvergiftiging (saturnisme) en blootstelling aan kwik tot kwikvergiftiging (hydrargyrisme). 1. Eerste generatie: beroepsziekten 2. Tweede generatie: ziekten veroorzaakt door ziekteverwekkende stoffen 1. Eerste generatie milieuziekten: beroepsziekten Het volstaat om een blik te werpen op de lange lijst van erkende beroepsziekten in België en de Europese Unie om te beseffen dat een groot aantal ziekten voortgebracht wordt door chemische of fysische stoffen. Het merendeel van deze ziekten wordt veroorzaakt door een blootstelling aan relatief hoge dosissen ziekteverwekkende stoffen. De aanzienlijke uitbreiding van de chemische industrie in de jaren 50 en 60 is gepaard gegaan met het opduiken van soms ernstige gezondheidsstoornissen bij werknemers. Deze beroepsziekten kunnen beschouwd en geklasseerd worden als de eerste milieuziekten. Om de gezondheid van de werknemers te beschermen, was het dus nodig een schatting te maken van de toxiciteit van de producten waaraan ze werden blootgesteld. Voor elk potentieel gevaarlijke substantie werd een blootstellingsdrempel vastgesteld onder de welke geen enkel gevaar zich kon voordoen. Deze blootstellingsdrempels (of limietwaarden) werden geleidelijk aan verfijnd toen ontdekt werd dat bijvoorbeeld de duurte van de blootstelling invloed had op het al of niet manifesteren van ziektesymptomen. Laten we als voorbeeld de effecten meten van het inademen van kwikdampen:
De invoering van veiligheidsdrempels gebeurt op basis van bestaande epidemiologische gegevens of, indien deze niet bestaan en wat ook vaak gebeurt, op waarnemingen die gebeuren in het kader van experimenten op dieren die relatief hoge dosissen van toxische stoffen krijgen toegediend. Deze gegevens en waarnemingen laten toe vast te stellen welke concentraties geen giftige effecten teweegbrengen. De drempels die werden vastgelegd in het kader van dierenexperimenten worden toegepast op de mens (mits een veiligheidsfactor van 100 in het algemeen). Geen enkel wetenschappelijk bewijs voor deze werkmethode werd a priori op empirische wijze vastgelegd. De waarnemingen werden enkel getoetst aan de werkelijkheid. Na vastgesteld te hebben dat het aantal zieke werknemers werkelijk zakte, werd de methode als beoordelingsmethode aanvaard en is zij ook vandaag nog, mits enkele correcties, van toepassing. Deze werkwijze heeft ontegensprekelijk al duizenden mensenlevens gered. (terug) Ziekten veroorzaakt door een langdurige blootstelling aan een zwakke dosis van ziekteverwekkende stoffen Het hierboven omschreven toxicologisch evaluatiemodel werd ontwikkeld in het kader van een blootstelling aan relatief hoge dosissen van een gegeven stof. Omdat deze methode succesvol bleek te zijn op het gebied van risicopreventie op de werkvloer werd ze eveneens toegepast in het geval van langdurige blootstelling aan toxische stoffen bij de hele bevolking. Denken we maar aan voedingsadditieven, restanten van pesticiden, medicijnen, enz. Absoluut alle stoffen die ons dagdagelijks omringen zijn onderworpen aan deze evaluatiemethodologie. Toch stelt men vandaag een belangrijke groei vast van gezondheidsstoornissen van ongekende aard: allergieën, auto-immuunziekten, chronische ziekten zoals fibromyalgie, het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS-syndroom) of "nieuwe" ziekten, waarvan het bestaan zelfs omstreden is, zoals overgevoeligheid voor chemische stoffen (multiple chemical sensitivity (MCS), sick-buildingsyndroom, enz. Deze ziekten kunnen niet verklaard worden door het huidig toxicologisch evaluatiemodel, gezien de bevolking in het algemeen niet blootgesteld wordt aan concentraties die hoger liggen dan aan de bestaande veiligheidswaarden. Als men de werkhypothese aanvaardt dat een langdurige blootstelling aan een zwakke dosis ziekteverwekkende stoffen gezondheidsproblemen kan veroorzaken, dan kan een eerste aanzet gegeven worden om een verklaring hiervoor te vinden. Dit moet ons vragen doen stellen over zowel de toepasselijkheid van het hierboven beschreven toxicologisch evaluatiemodel als over de werkhypothesen waarop dit model steunt. We schuiven er drie naar voren:
Deze beroemde uitspraak van Paracelsus (1493-1541) betekent dat onder een bepaalde hoeveelheid een gegeven substantie geen effect ressorteert en dat het voldoende is te bepalen wat de drempel is om de persoon in kwestie te beschermen tegen elk schadelijk effect. Vandaag weet men dat bovenstaande verklaring niet juist is. Voor enkele kankerverwerkende stoffen bestaan er immers geen veiligheidsdrempels. Men is het erover eens dat een effect zich kan voordoen van zodra een molecule van de substantie aanwezig is en dat deze toeneemt in functie van zijn concentratie. Men stelt dan een aanvaardbare risicodrempel vast (bijvoorbeeld de kans van 1 op 1 miljoen dat kanker zich ontwikkelt: het vermaarde "10-6 kankerrisico") die de blootstellingswaarde wordt. Deze manier van werken veronderstelt dat de dosis-responscurve lineair is. Talrijke onderzoeken wijzen vandaag echter uit dat bepaalde substanties (in het bijzonder endocriene verstoorders) en ziekteverwekkende micro-organismen bijvoorbeeld een U-vormige dosis-responscurve vertonen. In dit geval betekent het extrapoleren van de gedane waarnemingen in het kader van een blootstelling aan sterke dosissen – in verhouding tot de effecten bij zwakke dosissen - tot ernstige fouten en tot een onderschatting van de risico’s. (terug)
Deze methode is zonder twijfel toepasselijk in het kader van een blootstelling aan sterke dosissen op de werkvloer. Het is duidelijk dat het aantal stoffen waaraan een arbeider of werknemer blootgesteld wordt beperkt en gelimiteerd is en dat deze perfect te identificeren zijn op korte termijn. De algemene bevolking wordt daarentegen blootgesteld aan een overvloed van substanties, vaak in zwakke concentraties, soms 24 uur per dag. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze substanties synergieën kunnen ontwikkelen en alzo de effecten doen vergroten (bij de gelijktijdige inname van verscheidene medicijnen bijvoorbeeld).
Ze houden geen rekening met zwakkere bevolkingslagen (kinderen, zwangere vrouwen, personen met lage immuniteit, enz.) en individuele gevoeligheden die meer en meer onderstreept worden. Men weet vandaag dat de detoxificatiecapaciteit van het menselijk lichaam om genetische redenen. kan variëren van de ene persoon tot de andere. Ze houden ook geen rekening met het verschijnsel van biologische opeenhoping van schadelijke stoffen in het organisme die soms van generatie op generatie worden doorgegeven. Conclusies(terug) De gemaakte waarnemingen bij de algemene bevolking en de kritiek die men kan hebben op het huidig toxicologisch evaluatiemodel doen vermoeden dat een serie gezondheidsstoornissen te wijten kunnen zijn aan de blootstelling van zwakke dosissen toxische ziekteverwekkende micro-organismen. Deze gezondheidsstoornissen worden gekwalificeerd als milieuziekten. |